Plaatselijke regeling ten behoeve van het leven en werken van de Hervormde Gemeente (PKN) te Windesheim

Model PR 1 – Pagina 2

Inhoud

Paragraaf Inhoud 1 Samenstelling van de kerkenraad 2.1. Verkiezing van ambtsdragers algemeen 2.2. Verkiezing van ouderlingen en diakenen 2.3 Verkiezing van predikanten 3 De werkwijze van de kerkenraad 4 Besluitvorming 6.1. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – kerkrentmeesterlijk 6.2. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – diaconaal 6.3. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – begrotingen, jaarrekeningen, collecterooster 6.4 Overige taken van kerkrentmeesters en diakenen 7 Vaststelling en wijziging van de plaatselijke regeling Ondertekening

Vaststelling (wijziging)

Deze plaatselijke regeling is vastgesteld door de kerkenraad op 30 april 2019 en is vanaf 30 april 2019 geldig.

Opmerking: in dit model zijn ordinantieteksten opgenomen uit de Kerkorde en Ordinanties, versie 2018.

Model PR 1 – Pagina 3
§ 1. Samenstelling van de kerkenraad

Ordinantietekst

Ord. 4, art. 6

  1. Elke gemeente heeft een kerkenraad. In een gemeente met wijkgemeenten heeft de wijkgemeente een wijkkerkenraad en de gemeente een algemene kerkenraad.
  2. De kerkenraad wordt gevormd door de ambtsdragers van de gemeente. In een gemeente met wijkgemeenten wordt de wijkkerkenraad gevormd door de ambtsdragers van de wijkgemeente. De samenstelling van de algemene kerkenraad wordt geregeld in de plaatselijke regeling, met dien verstande dat elke wijkkerkenraad uit zijn midden tenminste één lid voor de algemene kerkenraad aanwijst.
  3. Met het oog op de vervulling van de door de kerkenraad te verrichten taken stelt de kerkenraad het aantal ambtsdragers vast met dien verstande dat in de kerkenraad alle ambten aanwezig zijn en wel naast de predikant tenminste twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en twee diakenen.
  4. In afwijking van lid 3 hebben in de wijkkerkenraad naast de predikant tenminste twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, een ouderling-kerkrentmeester en twee diakenen zitting.
  5. Indien de kerkenraad, al of niet door het voortbestaan van vacatures, minder leden telt dan in lid 3 of 4 bedoeld, overleggen de kerkenraad en het breed moderamen van de classicale ver- gadering, op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken worden verricht. Zo nodig treft het breed moderamen hiertoe maatregelen.
  6. Indien het een evangelisch-lutherse gemeente betreft, wordt vooraf de evangelisch-lutherse synode gehoord.
  7. De kerkenraad kan bepalen dat en in hoeverre zij die in de gemeente in een bediening zijn gesteld, als adviseur aan de vergaderingen van de kerkenraad deelnemen.
  8. De kerkenraad kan predikanten die met bijzondere opdracht aan de gemeente verbonden zijn en predikanten van de kerk die lid zijn van de gemeente benoemen tot lid van de kerkenraad. Model PR 1 – Pagina 4
    § 1. Samenstelling van de kerkenraad Overige artikelen

1.1. Aantal ambtsdragers

De kerkenraad bestaat uit de volgende ambtsdragers:

Invullen: verplicht minimum (Ord. 4-6-3)
òf
Predikant 1 1 Ouderlingen 3 2 ouderlingenkerkrentmeester 3 2 3 * Kerkrentmeester* 1 Diakenen 3 3 Totaal 14 8 9

  • Dit is geen vereiste voor de gemeente. Model PR 1 – Pagina 5
    § 2.1 Verkiezing van ambtsdragers – algemeen

Ordinantietekst

Ord. 3, art. 2. De verkiezingsregeling

  1. De verkiezing wordt gehouden volgens een door de kerkenraad vast te stellen regeling.
  2. Tot vaststelling of wijziging van deze regeling kan de kerkenraad overgaan met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 4-8-5.
  3. Stemgerechtigd zijn de belijdende leden van de gemeente. De kerkenraad bepaalt, na de leden van de gemeente erin gekend en erover gehoord te hebben, of stemgerechtigd zijn – de doopleden van de gemeente – de gastleden aan wie de positie als van een belijdend lid is verleend – de gastleden aan wie de positie als van een dooplid is verleend – de vrienden die belijdend lid zijn van een andere gemeente van de kerk – de vrienden die dooplid zijn van een andere gemeente van de kerk – overige vrienden en legt dit vast in de in lid 1 genoemde regeling. Degenen die niet tot belijdende leden worden gerekend, zijn eerst stemgerechtigd indien zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.
  4. De kerkenraad kan in de regeling opnemen dat bij volmacht kan worden gestemd, met dien verstande dat niemand meer dan twee gevolmachtigde stemmen kan uitbrengen en alleen stemgerechtigde leden gevolmachtigde stemmen kunnen uitbrengen.

Ordinantie 4.8.5
De kerkenraad maakt een plaatselijke regeling met daarin regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente, na overleg met de organen van de gemeente op wie de regeling betrekking heeft.
Deze plaatselijke regeling bevat tenminste: – de regeling voor de verkiezing van ambtsdragers; – de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad; – de regeling voor het beheer van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente;
en voor zover van toepassing: – de regeling van de verdeling van taken tussen algemene kerkenraad en wijkkerkenraad; – de regeling van de verdeling van taken tussen de kerkenraad en de kleine kerkenraad – de regeling van taken en bevoegdheden van werkgroepen. Deze regelingen worden na vaststelling of wijziging ter kennisneming toegezonden aan het breed moderamen van de classicale vergadering en in geval van een evangelisch-lutherse gemeente tevens aan de evangelisch-lutherse synodale commissie. .

Model PR 1 – Pagina 6
§ 2.1 Verkiezing van ambtsdragers – algemeen Artikelen plaatselijke regeling

2.1.1. Stemrecht

De belijdende leden zijn stemgerechtigd. Dit geldt ook voor belijdende gastleden en belijdende vrienden die formeel als dusdanig zijn geregistreerd.

2.1.2. Regels voor het stemmen a. De stemming geschiedt schriftelijk. b. Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden. c. Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden. d. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.

2.1.3. Stemmen bij volmacht Er kan bij volmacht worden gestemd, maar niemand mag meer dan twee gevolmachtigde stemmen uitbrengen en alleen stemgerechtigde leden kunnen gevolmachtigde stemmen uitbrengen. De volmachten zijn schriftelijk en ondertekend en worden van te voren aan de kerkenraad getoond.

Model PR 1 – Pagina 7
§ 2.2. Verkiezing van ouderlingen en diakenen

Ordinantietekst

Ord. 3, art. 6. De verkiezing van ouderlingen en diakenen Verkiesbaarheid

  1. Verkiesbaar zijn de stemgerechtigden die de status van belijdend lid hebben, dan wel bij de bevestiging – met inachtneming van ordinantie 9-4-1 en 2 – onder de belijdende leden kunnen worden opgenomen.

Verkiezingsprocedure

  1. De kerkenraad legt in de plaatselijke regeling vast op welke wijze de verkiezing plaats vindt, met inachtneming van de volgende bepalingen: – De gemeente wordt uitgenodigd om per ambt aanbevelingen te doen. – De kerkenraad stelt de kandidatenlijst op per ambt. – De kerkenraad is daarbij gehouden degenen die door ten minste tien stemgerechtigden zijn aanbevolen en verkiesbaar zijn op de kandidatenlijst te plaatsen, behalve indien het gaat om verkiezing van een ambtsdrager met bepaalde opdracht. Verkiezing door de stemgerechtigden van de gemeente vindt plaats indien er meer kandidaten dan vacatures zijn; in andere gevallen wordt de kandidaat verkozen verklaard.
  2. Indien de stemgerechtigden van de (wijk)gemeente telkens voor een periode van ten hoogste zes jaren de kerkenraad machtigen om dubbeltallen per vacature te stellen, gelden in afwijking van lid 3 de volgende bepalingen: – De gemeente wordt uitgenodigd per vacature aanbevelingen te doen. – De kerkenraad stelt de kandidatenlijst op per vacature. – De kerkenraad is daarbij gehouden degenen die door ten minste vijf stemgerechtigden zijn aanbevolen en verkiesbaar zijn op de kandidatenlijst te plaatsen, behalve o indien het gaat om verkiezing van een ambtsdrager met bepaalde opdracht; o indien de kerkenraad – gehoord de aanbevelingen – zelf een dubbeltal voor de vacature stelt. Verkiezing door de gemeente vindt plaats als er voor een vacature meer kandidaten zijn; in andere gevallen wordt de kandidaat verkozen verklaard.
  3. Ambtsdragers met een bepaalde opdracht die door de algemene kerkenraad zijn verkozen ten behoeve van de gemeente in haar geheel, kunnen, op verzoek van de wijkkerkenraad van de wijkgemeente waartoe zij behoren, deel uitmaken van die wijkkerkenraad.

Aanvaarding

  1. Zij die zijn verkozen geven uiterlijk een week nadat zij in kennis zijn gesteld van hun roeping tot het ambt, bericht of zij deze roeping aanvaarden.

Bekendmaking

  1. Nadat degenen die verkozen zijn hun roeping hebben aanvaard, maakt de kerkenraad hun na- men aan de gemeente bekend om haar goedkeuring te verkrijgen met het oog op hun bevestiging respectievelijk verbintenis.
  2. Bezwaren tegen de gevolgde verkiezingsprocedure of tegen de bevestiging van een gekozene kunnen worden ingebracht door stemgerechtigden en dienen uiterlijk vijf dagen na deze bekendmaking schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad te worden ingediend. Model PR 1 – Pagina 8

Behandeling 8. De kerkenraad probeert het bezwaar weg te nemen. Als het niet wordt ingetrokken zendt de kerkenraad binnen veertien dagen na ontvangst het bezwaarschrift indien het gaat om een bezwaar tegen de gevolgde verkiezingsprocedure, door naar het classicale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen en, indien het gaat om een bezwaar tegen de bevestiging van de gekozene, naar het classicale college voor het opzicht. Het classicale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen doet terzake een eind- uitspraak. Het classicale college voor het opzicht doet, indien het de bezwaren ongegrond verklaart, een einduitspraak. Tegen de uitspraak van het classicale college voor het opzicht is, indien het de bezwaren gegrond verklaart, beroep bij het generale college voor het opzicht mogelijk binnen 30 dagen na de dag waarop de beslissing van het classicale college is verzonden.

Bevestiging of verbintenis

  1. Indien geen bezwaren zijn ingebracht of de ingebrachte bezwaren ongegrond zijn bevonden, vindt – met inachtneming van het in ordinantie 9-5-4 bepaalde – de bevestiging dan wel bij aan- sluitende herverkiezing de verbintenis plaats in een kerkdienst met gebruikmaking van een daarvoor bestemde orde. De bevestiging kan onder handoplegging geschieden. Ordinantie 9-4-1 en 9-4-2
  2. De voorbereiding tot het doen van openbare belijdenis van het geloof vindt in de regel plaats in de belijdeniscatechese, die bij voorkeur wordt gegeven door de predikant. De kerkenraad bepaalt op welke wijze deze voorbereiding plaatsvindt in geval van toepassing van het bepaalde in artikel 5-3 en 4.
  3. De kerkenraad of een vertegenwoordiging daarvan voert met hen die te kennen hebben gegeven belijdenis van het geloof te willen doen, een gesprek over hun motivatie en over de inhoud van hun geloof, teneinde hen tot deze belijdenis te kunnen toelaten. Model PR 1 – Pagina 9
    § 2.2. Verkiezing van ouderlingen en diakenen Artikelen plaatselijke regeling

2.2.1 De verkiezing van ouderlingen en diakenen vindt jaarlijks plaats in januari/februari.

2.2.2. De uitnodiging tot het doen van aanbevelingen, genoemd in Ord. 3-6-2, wordt tenminste drie weken voordat de verkiezing plaats heeft, door de kerkenraad gedaan. De uitnodiging om te stemmen wordt twee weken voordat de verkiezing plaats heeft, door de kerkenraad gedaan.

2.2.3. Ouderlingen en diakenen worden gekozen

▪ Volgens de bepalingen in ord. 3-6-2. ▪ Als er meer kandidaten dan vacatures zijn, wordt er gestemd tijdens een vergadering van stemgerechtigde leden.

Model PR 1 – Pagina 10
Ordinantietekst

Ord. 3-7 De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

  1. De eerste ambtstermijn van ouderlingen en diakenen is in de regel vier jaar. Zij zijn telkens ter- stond als ambtsdrager herkiesbaar, voor een per geval vast te stellen termijn van tenminste twee jaar en ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat zij niet langer dan twaalf aaneengesloten jaren ambtsdrager kunnen zijn.
  2. Zij die niet terstond herkiesbaar zijn, zijn eerst na afloop van een tijdvak van elf maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is, verkiesbaar.
  3. Indien een ambtsdrager is afgevaardigd naar een meerdere vergadering of als ambtsdrager zitting heeft in een classicaal of generaal college, kan de kerkenraad de ambtstermijn verlengen tot het einde van de termijn waarvoor deze als afgevaardigde is aangewezen of als lid is benoemd.
  4. Aftredende ambtsdragers houden zo mogelijk in de kerkenraad zitting tot hun opvolgers zijn bevestigd, doch in elk geval niet langer dan zes maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is. Model PR 1 – Pagina 11
    § 2.3 Verkiezing van predikanten

Ordinantietekst

Ord. 3, art. 4. De verkiezing van predikanten
Artikel 4. De verkiezing van predikanten 1. Voor de verkiezing tot predikant voor gewone werkzaamheden komen in aanmerking – degenen die overeenkomstig ordinantie 13-18-3 als predikant beroepbaar zijn gesteld en – de predikanten-geestelijk verzorger die door de kleine synode beroepbaar zijn gesteld als predikant, nadat zij de daarvoor vereiste aanvullende opleiding hebben voltooid of daar- voor ontheffing van de kleine synode hebben verkregen vanwege verworven bekwaamheden. 2. Predikanten voor gewone werkzaamheden zijn pas beroepbaar wanneer zij tenminste vier jaar de gemeente waaraan zij verbonden zijn, hebben gediend. Afwijking hiervan is slechts mogelijk met instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering. 3. Een predikant kan niet binnen twee jaar voor de tweede maal worden beroepen in dezelfde vacature. 4. Een predikant tegen wiens vervulling van het ambt ernstige bezwaren zijn gerezen, kan, indien deze bezwaren door het bevoegde college voor het opzicht in behandeling zijn genomen, geen beroep in overweging nemen zolang die behandeling niet onherroepelijk is geëindigd. 5. De kerkenraad verricht de kandidaatstelling. De kerkenraad van een wijkgemeente echter doet dit tezamen met de algemene kerkenraad, waarbij elke van beide kerkenraden met de kandidatuur dient in te stemmen. 6. De verkiezing van een predikant vindt plaats in een door de kerkenraad belegde vergadering van de stemgerechtigde leden van de gemeente. Gaat het om de verkiezing van een predikant die als predikant voor gewone werkzaamheden verbonden zal worden aan een wijkgemeente, dan geschiedt de verkiezing door de stemgerechtigde leden van de wijkgemeente. 7. Voor het geval dat de kerkenraad één kandidaat ter verkiezing aan de gemeente voorstelt, is een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte geldige stemmen vereist om deze gekozen te kunnen verklaren. 8. In een gemeente met meer dan 200 stemgerechtigden kan – met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering – in de in artikel 2-1 bedoelde regeling worden bepaald dat in afwijking van de regel dat de stemgerechtigden van de gemeente de predikant verkiezen, de kerkenraad de predikant verkiest.

Model PR 1 – Pagina 12

  1. In afwijking van het bepaalde in dit artikel geschiedt in een gemeente met wijkgemeenten de verkiezing van een predikant met een bepaalde opdracht ten behoeve van de gemeente in haar geheel die niet tevens aan een wijkgemeente verbonden wordt, door de algemene kerkenraad. Deze predikant maakt als boventallig lid deel uit van de algemene kerkenraad. 10. De kerkenraad maakt de naam van de gekozene aan de gemeente bekend om haar goedkeuring te verkrijgen met het oog op de beroeping. 11. Bezwaren tegen de gevolgde verkiezingsprocedure kunnen worden ingebracht door stemgerechtigde leden van de gemeente en dienen uiterlijk vijf dagen na deze bekendmaking schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad te worden ingediend. 12. De kerkenraad zendt het bezwaarschrift binnen veertien dagen – onverminderd zijn verantwoordelijkheid te proberen zelf het bezwaar weg te nemen – door naar het classicale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen, dat ter zake een einduitspraak doet. Model PR 1 – Pagina 13
    § 2.3 Verkiezing van predikanten Artikelen plaatselijke regeling

2.3.1. De uitnodiging om te stemmen wordt tenminste twee weken voordat de verkiezing plaats heeft door de kerkenraad gedaan.

Model PR 1 – Pagina 14
§ 3. De werkwijze van de kerkenraad

Ordinantietekst

Ord. 4, art. 8. Werkwijze

  1. De kerkenraad komt tenminste zes maal per jaar bijeen.
  2. De kerkenraad kiest uit zijn midden een moderamen bestaande uit tenminste een preses, een scriba en een assessor met dien verstande dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.
    De bepaling dat het quorum een minimum kent van drie leden, als bepaald in artikel 5-4, is op het moderamen niet van toepassing.
  3. Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de kerkenraad, de uitvoering van die besluiten van de kerkenraad waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoording aan de kerkenraad, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.
  4. De kerkenraad kan zich in zijn arbeid laten bijstaan door commissies die door hem worden in- gesteld en die werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de kerkenraad.
  5. De kerkenraad maakt een plaatselijke regeling met daarin regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente, na overleg met de organen van de gemeente op wie de regeling betrekking heeft.
    Deze plaatselijke regeling bevat ten minste:
  • de regeling voor de verkiezing van ambtsdragers;
  • de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad;
  • de regeling voor het beheer van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente;
    en voor zover van toepassing de regeling van de verdeling van taken tussen algemene kerkenraad en wijkkerkenraad;
  • de regeling van de verdeling van taken tussen de kerkenraad en de kleine kerkenraad
  • de regeling van taken en bevoegdheden van werkgroepen.
    Deze regelingen worden na vaststelling of wijziging ter kennisneming toegezonden aan het breed moderamen van de classicale vergadering en in geval van een evangelisch-lutherse gemeente tevens aan de evangelisch-lutherse synodale commissie.
  1. De kerkenraad stelt telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na daarover overleg gepleegd te hebben met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente.
    Elk jaar pleegt de kerkenraad met dezelfde colleges en organen overleg over eventuele wijziging van het beleidsplan.
  2. De kerkenraad maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld:
    het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de agendering, de wijze waarop de gemeente wordt gekend en gehoord, de openbaarmaking van zijn besluiten, de toelating van niet-leden van de kerkenraad tot zijn vergaderingen en het beheer van zijn archieven. Model PR 1 – Pagina 15
  3. Met het oog op de kwaliteit van het kerkenraadswerk legt de kerkenraad vast op welke wijze en met wie jaargesprekken worden gehouden, onder wie in elk geval de predikanten die in de gemeente werkzaam zijn en ook de kerkelijk werkers die in het ambt zijn bevestigd. In de jaar- gesprekken komt aan de orde de kwaliteit van het werk van de kerkenraad als geheel en van de betrokkenen in het bijzonder als ook het welbevinden van alle betrokkenen. De gelijkwaardigheid van de ambten bepaalt het karakter van de jaargesprekken.
  4. De kerkenraad neemt geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van:
  • het toelaten van doopleden tot het avondmaal;
  • het zegenen van andere levensverbintenissen dan een huwelijk van man en vrouw dan na beraad in de gemeente.
    De kerkenraad neemt in ieder geval geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van:
  • het beantwoorden van de doopvragen door doopleden;
  • het verlenen van stemrecht aan anderen dan belijdende leden;
  • de wijze van de verkiezing van ambtsdragers; en ter zake van:
  • de aanduiding en de naam van de gemeente;
  • het voortbestaan van de gemeente;
  • het aangaan van een samenwerkingsverband met een andere gemeente;
  • de plaats van samenkomst van de gemeente;
  • het verwerven, ingrijpend verbouwen, afbreken, verkopen of op andere wijze vervreemden van een kerkgebouw;
  • de plaatselijke regeling als bedoeld in artikel 8-5;
    zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.
    De kerkenraad neemt geen definitieve besluiten met betrekking tot wijziging of vaststelling van beleidsplan, begroting en jaarrekening dan nadat de gemeenteleden in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken. Model PR 1 – Pagina 16
    Ord. 11-2-7
    Het college van kerkrentmeesters heeft tot taak:
  • het in overleg met en in verantwoording aan de kerkenraad scheppen en onderhouden van de materiële en financiële voorwaarden voor het leven en werken van de gemeente door:
  • het meewerken aan de totstandkoming van het beleidsplan, de begroting en de jaarrekening van de gemeente overeenkomstig het bepaalde in ordinantie 4-7-1 en het bepaalde in artikel 5 en 6;
  • het zorg dragen voor de geldwerving;
  • het zorg dragen voor het beschikbaar zijn van ruimten voor de eredienst en de andere activiteiten van de gemeente;

en voorts

  • het beheren van de goederen van de gemeente;
  • het verzorgen van het, in het beleidsplan en de begroting geformuleerde, personeelsbeleid;
  • het zorgdragen voor de arbeidsrechtelijke aangelegenheden van hen die krachtens arbeidsovereenkomst bij de gemeente werkzaam zijn op niet-diaconaal terrein;
  • het fungeren als opdrachtgever van kosters en beheerders van gebouwen en ander beherend en administratief personeel dat op arbeidsovereenkomst in dienst van de gemeente werkzaam is;
  • het bijhouden van de registers van de gemeente, het doopboek, het belijdenisboek en – in- dien aanwezig – het trouwboek;
  • het beheren van de archieven van de gemeente;
  • het beheren van de verzekeringspolissen.
    Met het oog op deze taak kan de ouderling-kerkrentmeester worden vrijgesteld van het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping en de herderlijke zorg. Model PR 1 – Pagina 17
    § 3. De werkwijze van de kerkenraad Artikelen plaatselijke regeling

3.1. Aantal vergaderingen De kerkenraad vergadert in de regel tien maal per jaar.

3.2. De vergaderingen van de kerkenraad worden tenminste vijf dagen van te voren bijeengeroepen door het moderamen, onder vermelding van de zaken, die aan de orde zullen komen (de agenda).

3.3. Van de vergaderingen wordt een schriftelijk verslag opgesteld, dat in de eerstvolgende vergadering door de kerkenraad wordt vastgesteld.

3.4. Niet vertrouwelijke besluiten, genomen in de vergadering van de kerkenraad, worden hetzij schriftelijk in het kerkblad, hetzij door mondelinge mededeling binnen een redelijke termijn aan de gemeente bekend gemaakt.

3.4. Verkiezing moderamen De verkiezing van het moderamen (ord. 4-8-2) geschiedt eens per jaar in de eerste vergadering van de maand januari.

3.5. Plaatsvervangers In de vergadering genoemd in art. 3.45 worden de plaatsvervangers van de preses en de scriba aangewezen.

3.6. De gemeente kennen in en horen

In de gevallen dat de kerkorde voorschrijft, dat de kerkenraad de gemeente kent in een bepaalde zaak en haar daarover hoort belegt de kerkenraad een bijeenkomst met de (betreffende) leden van de gemeente, die wordt ▪ aangekondigd in het kerkblad, dat voorafgaande aan de bijeenkomst verschijnt en ▪ afgekondigd op tenminste twee zondagen, die aan de bijeenkomst voorafgaan. In deze berichtgeving vooraf maakt de kerkenraad kenbaar over welke zaak hij de gemeente wil horen.

3.7. De kerkenraad kan besluiten dat gemeenteleden (eventueel: en anderen belangstellenden) als toehoorder tot een bepaalde vergadering toegelaten worden.

3.8. Het lopend archief van de kerkenraad berust bij de scriba, met inachtneming van de verantwoordelijkheid van de het college van kerkrentmeesters voor de archieven van de gemeente uit hoofde van ord. 11-2-7.

3.9. De jaargesprekken met de predikant worden gehouden door een ouderling, een kerkrentmeester en een diaken.

Model PR 1 – Pagina 18
§ 4. Besluitvorming

Ordinantietekst

Ord. 4, art. 5 Besluitvorming

  1. In alle kerkelijke lichamen worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen. Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan wordt besloten met meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij blanco stemmen niet meetellen.
  2. Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij om schriftelijke stemming wordt gevraagd. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is het voor- stel verworpen.
    3 Stemming over personen geschiedt schriftelijk. Wanneer er niet meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, kan mondeling worden gestemd als niemand van de aanwezige leden tegen mondelinge stemming bezwaar maakt. Indien één kandidaat wordt voorgesteld en de stemmen staken, vindt herstemming plaats. Sta- ken de stemmen weer, dan is de kandidaat niet verkozen. Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden. Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.
    4 Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet ten minste de helft van het aantal leden zoals dit voor het kerkelijk lichaam is vastgesteld, met een minimum van drie leden, ter vergadering aanwezig is. Wanneer in een vergadering het quorum niet aanwezig is, kan ten aanzien van een op die ver- gadering ingediend voorstel een besluit worden genomen op een volgende vergadering die ten minste twee weken later wordt gehouden, ook wanneer dan het quorum niet aanwezig is, mits tenminste drie leden aanwezig zijn.
    5 Voor besluitvorming in een vergadering van de stemgerechtigde leden van de gemeente zijn lid 1 tot en met 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij in de plaatselijke regeling anders is voorzien. Model PR 1 – Pagina 19
    § 5. De kerkdiensten

Ordinantieteksten (A)

Ord. 5 artikel 1 De eredienst

… 3. Tijd, plaats en aantal van de kerkdiensten worden vastgesteld door de kerkenraad. …

Ord. 6 artikel 2 De toelating tot de doop

… 4. De kerkenraad bepaalt of doopvragen door doopleden mogen worden beantwoord. De kerkenraad neemt een besluit tot wijziging van het beleid ter zake niet dan na de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben. …

Ord. 7 artikel 2 De toelating tot het avondmaal

… 2. De kerkenraad bepaalt of alleen belijdende leden of ook doopleden aan het avondmaal kunnen deelnemen. De kerkenraad neemt een beslissing tot wijziging van het beleid ten aanzien van de deelname aan het avondmaal niet dan na beraad in de gemeente, tot deelname waaraan de leden van de gemeente worden uitgenodigd. …

Ord. 5 artikel 4 Andere levensverbintenissen

  1. De kerkenraad kan –na beraad in de gemeente- besluiten dat ook andere levensverbintenissen van twee personen als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht kunnen worden gezegend. Model PR 1 – Pagina 20
    § 5. De kerkdiensten Artikelen plaatselijke regeling

5.1. De wekelijkse kerkdiensten van de gemeente worden gehouden in de Nederlandse Hervormde Kerk te Windesheim

5.2. Bij de bediening van de doop van kinderen kunnen belijdende leden en doopleden de doopvragen beantwoorden.

5.3. Tot de deelname aan het avondmaal worden belijdende leden toegelaten.

5.4. Levensverbintenissen van twee personen, anders dan een huwelijk van man en vrouw, kunnen niet worden gezegend.

Model PR 1 – Pagina 21
§ 6.1. De vermogensrechtelijke aangelegenheden

Ordinantieteksten

Ord. 11, art. 2 Het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen

  1. De ouderlingen-kerkrentmeester vormen tezamen met de kerkrentmeesters als bedoeld in lid 2 het college van kerkrentmeesters. De diakenen vormen tezamen met diaconale rentmeesters als bedoeld in lid 2 het college van diakenen.
  2. De kerkrentmeesters die geen ouderling zijn, en de diaconale rentmeesters worden door de kerkenraad uit de leden van de gemeente benoemd nadat hun namen zijn voorgedragen aan de gemeente om haar goedkeuring te verkrijgen. Zij kunnen in de gemeente niet tegelijkertijd een ambt dragen en kunnen evenmin tegelijkertijd kerkrentmeester en diaconaal rentmeester zijn.
  3. Ten aanzien van de kerkrentmeesters die geen ouderling zijn en van de diaconale rentmees- ters, is van overeenkomstige toepassing hetgeen voor ambtsdragers bepaald is ter zake van de zittingstijd, de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de benoeming, het opzicht en de behandeling van bezwaren en geschillen. Elk college bestaat uit ten minste drie leden, waaronder ten minste twee ambtsdragers. Indien het college minder dan drie leden telt, overleggen de kerkenraad en het breed moderamen van classicale vergadering op welke wijze de taken van het college worden verricht, naar regels bij generale regeling gesteld.
  4. Elk college wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. De voorzitter is een van de ambtsdragers. Elk college draagt er zorg voor dat de boekhouding en het middelenbeheer niet in één hand zijn.
  5. Indien een lid van een college verhinderd is aan de besluitvorming deel te nemen, is de kerkenraad bevoegd dit lid op verzoek van het college te vervangen door een ambtsdrager die aan de besluitvorming deelneemt met alle rechten en plichten van een lid van het college.
  6. Het college van kerkrentmeesters heeft tot taak:
  • het in overleg met en in verantwoording aan de kerkenraad scheppen en onderhouden van de materiële en financiële voorwaarden voor het leven en werken van de gemeente door:
  • het meewerken aan de totstandkoming van het beleidsplan, de begroting en de jaarrekening van de gemeente overeenkomstig het bepaalde in ordinantie 4-7-1 en het bepaalde in artikel 5 en 6;
  • het zorg dragen voor de geldwerving;
  • het zorg dragen voor het beschikbaar zijn van ruimten voor de eredienst en de andere activiteiten van de gemeente

en voorts

  • het beheren van de goederen van de gemeente;
  • het verzorgen van het, in het beleidsplan en de begroting geformuleerde, personeelsbeleid;
  • het zorgdragen voor de arbeidsrechtelijke aangelegenheden van hen die krachtens arbeidsovereenkomst bij de gemeente werkzaam zijn op niet-diaconaal terrein; Model PR 1 – Pagina 22
  • het fungeren als opdrachtgever van kosters en beheerders van gebouwen en ander beherend en administratief personeel dat op arbeidsovereenkomst in dienst van de gemeente werkzaam is;
  • het bijhouden van de registers van de gemeente, het doopboek, het belijdenisboek en – in- dien aanwezig – het trouwboek; – het beheren van de archieven van de gemeente; – het beheren van de verzekeringspolissen. Met het oog op deze taak kan de ouderling-kerkrentmeester worden vrijgesteld van het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping en de herderlijke zorg.
  1. Het college van diakenen heeft tot taak: – het in overleg met en in verantwoording aan de kerkenraad scheppen en onderhouden van de materiële en financiële voorwaarden voor de door de gemeente te verrichten diaconale dienst door: – het meewerken aan de totstandkoming van het beleidsplan, de diaconale begroting en de diaconale jaarrekening overeenkomstig het bepaalde in ordinantie 4-7-1 en het bepaalde in artikel 5 en 6; – het zorg dragen voor de geldwerving ten behoeve van de diaconale arbeid van de gemeente;

en voorts

  • het beheren van de goederen van de diaconie; – het verzorgen van het, in het beleidsplan en de diaconale begroting geformuleerde, personeelsbeleid; – het zorgdragen voor de arbeidsrechtelijke aangelegenheden van hen die krachtens arbeidsovereenkomst bij de diaconie werkzaam zijn; – het fungeren als opdrachtgever van hen die op arbeidsovereenkomst in de gemeente op diaconaal terrein werkzaam zijn; – het beheren van verzekeringspolissen. 8. Het college van diakenen is bevoegd diaconale steun te verlenen aan personen, organen, kas- sen, fondsen, instellingen en rechtspersonen in binnen- en buitenland. Uitsluitend in zeer bijzondere gevallen, zulks ter beoordeling van het classicaal college voor de behandeling van beheerszaken en nadat ter zake toestemming is verkregen van dit college, kan het college van diakenen besluiten diaconale gelden beschikbaar te stellen voor nietdiaconaal werk van de gemeente. Model PR 1 – Pagina 23
    § 6.1. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – kerkrentmeesterlijk Artikelen plaatselijke regeling

6.1.1. Het college van kerkrentmeesters bestaat uit 4 leden.

6.1.2. Van de 4 kerkrentmeesters zijn er 3 ouderling-kerkrentmeester.

6.1.3. Het college van kerkrentmeesters wijst een administrateur aan. De administrateur woont de vergaderingen van het college bij en heeft daar een adviserende stem. Op hem is het bepaalde in ord. 4-2 betreffende de geheimhouding van toepassing.

6.1.4. De penningmeester is bevoegd betalingen te doen namens de gemeente, met in achtneming van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de begroting, tot een maximaal bedrag van 500 euro per betaling. Voor betalingen boven dit bedrag zijn voorzitter en penningmeester of secretaris en penningmeester gezamenlijk bevoegd. Bij afwezigheid of ontstentenis van de penningmeester treedt de voorzitter op als diens plaatsvervanger.

Model PR 1 – Pagina 24
§ 6.2. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – diaconaal Artikelen plaatselijke regeling

6.2.1. Het college van diakenen bestaat uit 4 leden.

6.2.2. Het college van diakenen wijst een administrateur aan. De administrateur woont de vergaderingen van het college bij en heeft daar een adviserende stem. Op hem is het bepaalde in ord. 4-2 betreffende de geheimhouding van toepassing.

6.2.3. De penningmeester is bevoegd betalingen te doen namens de diaconie, met in achtneming van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de begroting, tot een maximaal bedrag van 500 euro per betaling. Voor betalingen boven dit bedrag zijn voorzitter en penningmeester of secretaris en penningmeester gezamenlijk bevoegd. Bij afwezigheid of ontstentenis van de penningmeester treedt de voorzitter op als diens plaatsvervanger.

Model PR 1 – Pagina 25
§ 6.3. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – begrotingen, jaarrekeningen, collecterooster

Ordinantieteksten (A)

Ord. 11, art. 5. De begrotingen en het collecterooster

  1. Elk jaar plegen het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen met de kerken- raad en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente overleg over de in samenhang met het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan op te stellen begrotingen en het collecterooster van het komende kalenderjaar.
  2. Vóór 1 november dienen het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen hun ontwerpbegrotingen bij de kerkenraad in, vergezeld van een door hen in onderling overleg op- gesteld gemeenschappelijk ontwerpcollecterooster.
  3. Indien de kerkenraad wijzigingen wil aanbrengen in de ontwerpbegrotingen overlegt hij met het betrokken college over de voorgenomen wijziging. Indien over de wijziging geen overeenstemming wordt verkregen, vraagt de kerkenraad bemiddeling van het classicale col- lege voor de behandeling van beheerszaken. Eerst na bemiddeling van het classicale college neemt de kerkenraad een definitief besluit.
  4. Nadat de kerkenraad de begrotingen voorlopig heeft vastgesteld, worden deze in samenvatting in de gemeente gepubliceerd en tevens gedurende een week in haar geheel voor de leden van de gemeente ter inzage gelegd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over de begrotingen kenbaar te maken op de wijze die in de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad is aangegeven. Daarna stelt de kerkenraad de begrotingen en het collecterooster vast.
  5. Indien een kerkenraad wijzigingen wil aanbrengen in de vastgestelde begroting is het bepaalde in lid 3 en 4 van overeenkomstige toepassing.

Ord. 11, art. 6. De jaarrekeningen

  1. Het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen leggen elk jaar vóór 1 mei hun ontwerpjaarrekeningen over het laatst verlopen kalenderjaar aan de kerkenraad voor.
  2. Deze jaarrekeningen worden in haar geheel of in samenvatting in de gemeente gepubliceerd en tevens gedurende een week in haar geheel voor de leden van de gemeente ter inzage ge- legd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over de jaarrekeningen kenbaar te maken op de wijze die in de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad is aangegeven.
  3. Daarna stelt de kerkenraad de jaarrekeningen vast, hetgeen strekt tot decharge van de kerk- rentmeesters respectievelijk de diakenen inzake het door hen gevoerde beheer, tenzij de kerkenraad een voorbehoud maakt, of het classicale college voor de behandeling van beheerszaken nader overleg wenst.
  4. Elk jaar wordt vóór de vaststelling van de jaarrekeningen de financiële administratie van de gemeente en van de diaconie gecontroleerd door een door de kerkenraad aan te wijzen register- accountant of accountant-administratieconsulent dan wel twee andere onafhankelijke deskundigen. Model PR 1 – Pagina 26
    § 6.3. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – begrotingen, jaarrekeningen, collecterooster Artikelen plaatselijke regeling

6.3.1. Het in de gelegenheid stellen van gemeenteleden hun mening kenbaar te maken over begroting en jaarrekening.

Voor de vaststelling dan wel wijziging van de begroting en voor de vaststelling van de jaarrekening worden deze stukken in samenvatting gepubliceerd in het kerkblad. De volledige stukken kunnen gedurende een week worden ingezien. Bij de publicatie worden tijd en plaats vermeld. Reacties kunnen tot drie dagen na het einde van de periode van terinzagelegging worden gestuurd aan de scriba van de kerkenraad.

De kerkenraad kan ook een gemeentevergadering hierover beleggen.

Model PR 1 – Pagina 27
§ 6.4. Overige taken van kerkrentmeesters en diakenen

In deze paragraaf worden nog een aantal vermeldingen van de kerkrentmeesters en de diakenen in de ordinanties bij de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland genoemd,

A. Kerkrentmeesters

Ordinantie 3

art. 5 (beroeping van predikanten) 3. Bij de beroepsbrief behoort een aanhangsel met de schriftelijke opgave van de toegezegde inkomsten en rechten. Dit aanhangsel wordt ondertekend door de preses en de scriba van de kerkenraad en door de voorzitter en de secretaris van het college van kerkrentmeesters. …

Ordinantie 5

art. 6 2. De kerkmusicus wordt benoemd door de kerkenraad na overleg met het college van kerkrentmeesters, bij voorkeur uit de leden van de kerk. De aanstelling van de kerkmusicus geschiedt door het college van kerkrentmeesters. …

Artikel 7. 1. Ten behoeve van de zorg voor het kerkgebouw en de goede gang van zaken daarin tijdens de kerkdiensten kunnen de kerkrentmeesters zich laten bijstaan door een koster(es). 2. De koster(es) wordt benoemd door de kerkenraad op voordracht van het college van kerkrentmeesters, bij voorkeur uit de leden van de kerk. De aanstelling van de koster geschiedt door het college van kerkrentmeesters.

Artikel 8. Het kerkgebouw 1. De zorg voor het kerkgebouw en de goede gang van zaken daarin tijdens de kerkdiensten berust bij het college van kerkrentmeesters. 2. Over de inrichting van het kerkgebouw beslist de kerkenraad, gehoord het orgaan van de kerk dat op dit terrein werkzaam is. 3. Het kerkgebouw wordt door het college van kerkrentmeesters in overleg met de kerkenraad bij voorrang beschikbaar gesteld voor gemeentelijke en kerkelijke doeleinden. 4. Wanneer een kerkgebouw in gebruik is bij een wijkgemeente dient in de leden 1, 2 en 3 in plaats van het college van kerkrentmeesters wijkraad van kerkrentmeesters en in plaats van kerkenraad wijkkerkenraad te worden gelezen, tenzij in de plaatselijke regeling anders is bepaald.

B. Diakenen

Ordinantie 3 Artikel 11. Het dienstwerk van de diakenen 1. Tot opbouw van de gemeente met het oog op haar dienst in de wereld is aan de dia- kenen toevertrouwd – de ambtelijke tegenwoordigheid in de kerkdiensten; – de dienst aan de Tafel van de Heer; – het mede voorbereiden van de voorbeden; – het inzamelen en besteden van de liefdegaven; – het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar diaconale roeping; – het verlenen van bijstand, verzorging of bescherming aan hen die dat behoeven; – het nemen of ondersteunen van initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van het

Model PR 1 – Pagina 28
maatschappelijk welzijn; – het dienen van de gemeente en de kerk in haar bemoeienis met betrekking tot sociale vraagstukken en het aanspreken van de overheid en de samenleving op haar verantwoordelijkheid dienaangaande; – en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in of vanwege de meerdere ver- gaderingen. 2. Aan de diakenen is bovendien toevertrouwd, tezamen met de diaconale rentmeesters de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de diaconie.

Ordinantie 7

Artikel 3.De viering van het avondmaal 1.Het avondmaal wordt bediend door een predikant, waarbij de diakenen aan de tafel van de Heer dienen en de ouderlingen medeverantwoordelijkheid dragen. De bediening geschiedt op de wijze die door de kerkenraad is vastgesteld en met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Ordinantie 8

Artikel 3.De diaconale arbeid 3..De diaconale zorg in de gemeente en in haar omgeving krijgt gestalte in het leven van de leden van de gemeente, die worden opgewekt tot onderling dienstbetoon, tot voorbeden en tot de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in de wereld, als ook in de arbeid die door en onder leiding van de diakenen wordt verricht. 4.De gemeente vervult haar diaconale opdracht elders in de wereld met behulp van en onder leiding van de diakenen en, in samenwerking met de daartoe aangewezen organen van de kerk, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 14.

Model PR 1 – Pagina 29
§ 7 Vaststelling en wijziging van de plaatselijke regeling

Ordinantieteksten

Ord. 4-8-5
De kerkenraad maakt een plaatselijke regeling met daarin regelingen ten behoeve van het le- ven en werken van de gemeente, na overleg met de organen van de gemeente op wie de regeling betrekking heeft.
Deze plaatselijke regeling bevat ten minste:

  • de regeling voor de verkiezing van ambtsdragers;
  • de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad;
  • de regeling voor het beheer van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente;
    en voor zover van toepassing
  • de regeling van de verdeling van taken tussen algemene kerkenraad en wijkkerkenraad;
  • de regeling van de verdeling van taken tussen de kerkenraad en de kleine kerkenraad
  • de regeling van taken en bevoegdheden van werkgroepen.
    Deze regelingen worden na vaststelling of wijziging ter kennisneming toegezonden aan het breed moderamen van de classicale vergadering en in geval van een evangelisch-lutherse gemeente tevens aan de evangelisch-lutherse synodale commissie

Ord. 4-8-9
De kerkenraad neemt geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van:

  • het toelaten van doopleden tot het avondmaal;
  • het zegenen van andere levensverbintenissen dan een huwelijk van man en vrouw dan na beraad in de gemeente.
    De kerkenraad neemt in ieder geval geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van:
  • het beantwoorden van de doopvragen door doopleden; – het verlenen van stemrecht aan anderen dan belijdende leden; – de wijze van de verkiezing van ambtsdragers;

en ter zake van:

  • de aanduiding en de naam van de gemeente;
  • het voortbestaan van de gemeente;
  • het aangaan van een samenwerkingsverband met een andere gemeente;
  • de plaats van samenkomst van de gemeente;
  • het verwerven, ingrijpend verbouwen, afbreken, verkopen of op andere wijze vervreemden van een kerkgebouw; Model PR 1 – Pagina 30
  • de plaatselijke regeling als bedoeld in artikel 8-5; – zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben. De kerkenraad neemt geen definitieve besluiten met betrekking tot wijziging of vaststelling van beleidsplan, begroting en jaarrekening dan nadat de gemeenteleden in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken.

Ondertekening

Aldus te Windesheim vastgesteld in de vergadering van de kerkenraad van 30 april 2019.

J.H. van Wijk, preses

P.J. van Riessen, scriba